Bandages wikkelen: stap voor stap
Lus om de duim, drie keer om de pols, drie keer over de knokkels, tussen de vingers door, duim vastzetten, afsluiten op de pols.
Bandages wikkel je zo: lus om de duim, drie keer om de pols, drie keer over de knokkels, tussen elke vinger door, de duim vastzetten en afsluiten op de pols met het klittenband. Het doel is een stevige pols, beschermde knokkels en een vuist die nog goed kan sluiten. Na een paar keer oefenen doe je het binnen een minuut.
Waarom bandages onmisbaar zijn
Bandages doen drie dingen die een handschoen alleen niet doet. Ze houden de kleine botjes in je hand bij elkaar bij impact, ze steunen je pols zodat die niet knikt bij een schuine stoot, en ze nemen het zweet op waardoor je handschoen schoon en droog blijft. Daarom zijn ze in elke sportschool verplicht, ook voor zakwerk en pads.
Veel beginners slaan ze over omdat wikkelen gedoe lijkt. Het is een gewoonte die je in een week aanleert, en het verschil voel je direct: een handschoen zit strakker en je slaat met meer vertrouwen. In onze shop vind je bandages van Booster, Twins Special en King Pro Boxing in verschillende lengtes; voor volwassenen is 4,5 meter de standaard.
Voorbereiding
Rol de bandage uit en zoek het uiteinde met de duimlus. Doe eventuele ringen af. Spreid je vingers en houd je hand ontspannen; wikkel je met een gebalde vuist, dan zit de bandage straks te los. Wikkel je met gestrekte, gespreide vingers, dan zit hij precies goed als je een vuist maakt.
Houd de bandage tijdens het wikkelen licht op spanning, maar trek hem niet strak aan. Een bandage die te strak zit, knelt binnen een paar minuten de bloedtoevoer af; te los, en hij verschuift in de handschoen. De juiste spanning voelt als een stevige handdruk. De bandage moet plat liggen, zonder vouwen, zeker over de knokkels en in de palm.
Stap voor stap
- Stap 1: Haak de lus om je duim en leg de bandage over de rug van je hand naar de pols.
- Stap 2: Wikkel drie keer om de pols, van binnen naar buiten. Dit is je polssteun.
- Stap 3: Ga schuin over de rug van de hand naar de knokkels en wikkel drie keer om de knokkels, net onder de vingers. Hou de vingers gespreid.
- Stap 4: Ga terug naar de pols en haal de bandage vanaf de pols tussen pink en ringvinger door, terug naar de pols. Herhaal tussen ringvinger en middelvinger, en tussen middelvinger en wijsvinger.
- Stap 5: Wikkel één keer om de duim en zet hem vast door een slag om de pols te maken.
- Stap 6: Gebruik wat over is voor extra slagen over de knokkels en sluit af met het klittenband op de pols.
Maak een vuist. Voelt de knokkelzone stevig en de pols strak, dan zit hij goed.
Controle: zit de bandage goed?
Doe na het wikkelen drie controles. Maak een vuist en open hem: dat moet soepel gaan zonder dat de bandage trekt of je vingers wit worden. Knik je pols naar beneden: er moet duidelijke weerstand zijn. En kijk naar de knokkels: er hoort een vlakke, gelijkmatige laag over te liggen zonder bult op één knokkel.
Tintelen je vingers na een minuut, haal dan alles eraf en begin opnieuw met minder spanning. Zit de bandage na een paar stoten losser, dan heb je te slap gewikkeld of met een vuist gewikkeld. Beide zijn beginnersfouten die snel verdwijnen. Vraag gerust je trainer om een keer mee te kijken; de meeste trainers wikkelen graag een keer voor.
Veelgemaakte fouten
- Te strak wikkelen, waardoor de hand slaapt.
- Met een gebalde vuist wikkelen, waardoor de bandage later los zit.
- De vingerslagen overslaan: dan schuift de bandage over de knokkels.
- De duim niet vastzetten, waardoor hij vrij blijft bewegen.
- De pols slechts één keer omwikkelen; drie slagen zijn het minimum.
- Vouwen en kreukels over de knokkels laten zitten: dat schuurt in de handschoen.
Een laatste fout is te korte bandages gebruiken. Met 2,5 meter red je het alleen bij kleine handen; voor een volwassene is 4,5 meter de goede lengte om alle stappen te doen en nog af te sluiten op de pols. In de gids over lengte en soorten lees je meer over de verschillen.
Binnenhandschoenen als alternatief
Wil je niet wikkelen, dan zijn er binnenhandschoenen met gel over de knokkels en een korte polsband. Je trekt ze aan als een gewone handschoen, in een paar seconden. Ze beschermen de knokkels goed en nemen zweet op, maar steunen de pols duidelijk minder dan een goed gewikkelde bandage.
Voor padtraining en lichte zaksessies zijn ze prima; voor hard zakwerk en sparren raden we gewone bandages aan. Een tussenvorm is de binnenhandschoen met een lange polsband die je zelf wikkelt. Billy ziet bij zijn padtrainingen beide voorbijkomen en is duidelijk: wie regelmatig hard slaat, wikkelt. Beginners mogen gerust met een binnenhandschoen starten en later overstappen.
| Stap | Handeling | Aantal slagen |
|---|---|---|
| 1 | Lus om de duim | - |
| 2 | Om de pols | 3 |
| 3 | Over de knokkels | 3 |
| 4 | Tussen de vingers door | 3 keer, pols-vinger-pols |
| 5 | Om de duim en vastzetten | 1 |
| 6 | Extra over knokkels, afsluiten op pols | rest |
Veelgestelde vragen
Hoe strak moeten bandages zitten?
Stevig als een goede handdruk. Tintelen je vingers of worden ze wit, dan zit hij te strak en wikkel je opnieuw.
Moet ik met een vuist of met open hand wikkelen?
Met gespreide vingers en ontspannen hand. Dan zit de bandage precies goed zodra je een vuist maakt.
Hoe lang duurt het wikkelen?
Na een week oefenen ongeveer een minuut per hand. De eerste keren mag je er rustig vijf minuten over doen.
Kan ik bandages overslaan bij padtraining?
Liever niet. Ook op de pads land je soms schuin en belast je je pols. Minimaal een binnenhandschoen, liever bandages.
Waarom tussen de vingers door?
Die slagen houden de bandage op de knokkels op zijn plek en spreiden de knokkels iets, wat de impact verdeelt.